Elektrisch

Bestelbus kopen in 2026: “De keuze is eigenlijk al gemaakt”

Elektrisch of toch nog diesel? In 2026 is een bestelbus kiezen ingewikkelder dan ooit. Nieuwe zero-emissiezones, hogere BPM op dieselbusjes en veranderende gebruikskosten zorgen ervoor dat ondernemers opnieuw moeten rekenen.

Een bestelbus vervangen was jarenlang vrij overzichtelijk: diesel kiezen, inrichten en rijden. Maar in 2026 ligt dat anders. Zero-emissiezones, stijgende brandstofkosten, veranderende regelgeving en de snelle ontwikkeling van elektrische bedrijfswagens zorgen ervoor dat ondernemers opnieuw moeten nadenken over hun mobiliteit.

In de nieuwste aflevering van Op Weg met MKB Brandstof gingen we hierover in gesprek met Lex Rutten. Volgens hem is de markt in korte tijd compleet veranderd.

De grootste vraag van ondernemers: “Kan ik mijn werk nog wel doen?”

Volgens Lex draait vrijwel iedere discussie uiteindelijk om dezelfde vraag: “Kan ik wel al mijn werkzaamheden doen met een elektrische bestelbus?” Dat gaat allang niet meer alleen over actieradius. Sterker nog: die blijkt in de praktijk vaak minder een probleem dan ondernemers denken. “De meeste bestelbussen rijden gemiddeld ruim onder de 100 kilometer per dag.”

Voor veel ondernemers is elektrisch dus technisch al prima inzetbaar. De echte uitdaging zit ergens anders: laden.

Laden blijkt belangrijker dan actieradius

Waar ondernemers vroeger vooral vroegen hoe ver ze konden rijden, gaat het nu steeds vaker over praktische zaken:

  • waar laad ik mijn bus op?
  • kan dat thuis?
  • wat als mijn bus vol ligt met gereedschap?
  • hoe begin ik elke ochtend weer met een volle accu?

Lex ziet dat vooral servicemonteurs en aannemers daarmee worstelen. “Veel bestuurders nemen die bus mee naar huis en hebben niet altijd de mogelijkheid om die bus op te laden.”

Daar komt nog iets bij: veiligheid. Ondernemers willen hun bus vaak dicht bij huis parkeren vanwege kostbaar gereedschap. “Voor het gevoel is het fijner dat die bus dichter bij huis staat dan dat die bij een openbare laadpaal een paar honderd meter verderop staat”, aldus Rutten.

Wanneer diesel nog steeds logisch is

Hoewel elektrisch terrein wint, ziet Lex zeker nog situaties waarin diesel voorlopig de beste keuze blijft. Met name ondernemers die zware aanhangwagens trekken lopen nog tegen beperkingen aan. “Bij het zwaardere segment zit de beperking vooral in het trekgewicht.” Voor tuinders, hoveniers en ondernemers met zware dubbelassige aanhangers blijft diesel voorlopig praktischer. Elektrische bedrijfswagens halen inmiddels trekgewichten tot ongeveer 2 à 2,5 ton, maar veel ondernemers zijn gewend aan 3,5 ton.

En juist daar zit voorlopig nog een grens.

Elektrisch is voor veel ondernemers al rendabel

Toch benadrukt Lex dat elektrisch voor een groot deel van de markt inmiddels een serieuze optie is. “In bijna 80 tot 90 procent van de markt is een elektrische bus rationeel gezien al een heel goed alternatief.” Vooral in het kleine en middensegment ziet hij dat vrijwel alle mobiliteitsvraagstukken inmiddels opgelost kunnen worden met elektrische bedrijfswagens. Denk aan:

  • installateurs
  • servicemonteurs
  • regionale bezorging
  • onderhoudsbedrijven

Voor deze groepen spelen vooral gebruikskosten een steeds grotere rol.

De aanschafprijs kantelt

Een belangrijk verschil met een paar jaar geleden: elektrisch is niet langer automatisch duurder in aanschaf. Dat komt vooral doordat dieselbusjes sinds 2025 fors duurder zijn geworden door BPM-heffing. “Voor een kleine dieselbus gaat het al snel om ongeveer 10.000 euro extra BPM”, geeft Lex aan.

Bij middelgrote bestelwagens kan dat oplopen richting €15.000 extra. Daardoor wordt elektrisch financieel steeds aantrekkelijker. Daarnaast zijn ook de gebruikskosten lager:

  • minder onderhoud
  • minder bewegende onderdelen
  • lagere energiekosten
  • minder afhankelijkheid van brandstofprijzen

Subsidies verdwijnen, maar voordelen blijven

De bekende subsidies zoals SEBA zijn inmiddels verdwenen. Toch zijn er nog wel fiscale voordelen mogelijk. Volgens Lex is vooral de EIA-regeling nog interessant. “Je kunt nog investeringsaftrek krijgen op basis van de batterij en de terugwintechniek in de bus.” Daarmee kunnen ondernemers nog steeds een deel van hun investering fiscaal compenseren.

Zero-emissiezones versnellen de overstap

Ook regelgeving speelt een steeds grotere rol. Vooral ondernemers die regelmatig in binnensteden werken krijgen ermee te maken. “Naast het geld zijn die zero-emissiezones wel echt een belangrijke reden om elektrisch te gaan rijden.”

Voor ondernemers in stedelijke gebieden wordt elektrisch daardoor steeds minder een keuze en steeds meer noodzaak.

De markt moet wennen

Toch begrijpt Lex de twijfel bij ondernemers goed. De techniek ontwikkelt zich snel, maar vertrouwen opbouwen kost tijd. “Ze moeten zich eerst een beetje gaan bewijzen.” Volgens hem zullen veel huidige beperkingen de komende jaren verder verdwijnen. Vooral op het gebied van trekgewicht en inzetbaarheid verwacht hij flinke stappen. Hij verwacht daarom dat diesel nog niet direct verdwijnt. “Ik denk dat er tot 2029 of 2030 zeker nog ruimte blijft voor diesel.”

Ondernemers moeten soms anders gaan denken

Misschien wel het belangrijkste inzicht uit het gesprek: elektrisch vervoer vraagt soms ook om een andere manier van werken. Niet alles hoeft meer hetzelfde georganiseerd te worden als in het diesel-tijdperk. “Kijk ook even welke dingen binnen je onderneming anders kunnen, waardoor elektrisch vervoer wél passend wordt.”

Als voorbeeld noemt Lex ondernemers die met kleinere voertuigen en andere logistieke oplossingen alsnog elektrisch kunnen werken in binnensteden.

De belangrijkste les

De keuze voor een bestelbus draait in 2026 niet meer alleen om aanschafprijs of merkvoorkeur. Het gaat om:

  • regelgeving
  • laadmogelijkheden
  • gebruikskosten
  • inzetbaarheid
  • en toekomstbestendigheid

Deel dit artikel

;